Syensqo schroeft PFAS op voor AI: de voetafdruk die blijft
Eerst was er de stroom, toen de proportie, en nu is er de chemie. In deze reeks over de fysieke onderkant van AI rekenden we al uit hoeveel gas de Amerikaanse datacenters straks verstoken, en lieten we Al Gore die paniek in perspectief zetten. Deel drie komt van dichter bij huis. Het Belgische chemiebedrijf Syensqo, in 2023 afgesplitst van Solvay en met hoofdzetel in Brussel, verhoogt de productie van PVDF en PFPE. Dat zijn zogenoemde “forever chemicals” of PFAS: stoffen die niet afbreken in het milieu en er opstapelen. Ze worden onder meer gebruikt om datacenters te koelen en bij de productie van AI-chips, meldde VRT NWS op 20 september 2026.
Wat Syensqo precies uitbreidt
De uitbreiding heeft twee poten, allebei buiten België. In de Amerikaanse staat Georgia bouwt Syensqo een fabriek voor PVDF, een stof die het onder de merknaam Solef verkoopt, bestemd voor batterijen van elektrische wagens. Bij de voltooiing in 2027 moet dat de grootste PVDF-fabriek van Noord-Amerika worden. Dezelfde stof kan daarnaast gebruikt worden bij de productie van halfgeleiders, de chips waar de AI-wedloop op draait. Verder investeerde het bedrijf in de productie van PFPE in zijn fabriek in het Italiaanse Spinetta Marengo. Die stof dient voor vloeistofkoeling in datacenters: servers die niet met lucht of water gekoeld worden, maar ondergedompeld in chemie. Syensqo merkt in een reactie aan VRT NWS wel op dat het de voorbije jaren ook geïnnoveerd heeft door PFAS in sommige productieprocessen uit te faseren.
Syensqo is daarin geen kleine speler. De Zweedse milieuorganisatie ChemSec dook in de plannen van de tien grootste PFAS-producenten ter wereld, en daar zit één Belgische multinational tussen: Syensqo. En de concurrentie ruikt dezelfde markt. Het Japanse Daikin wil zijn PFAS-productie tegen 2027 verdrievoudigen. Het Amerikaanse Chemours, de grootste PFAS-producent ter wereld, ontwikkelde met Opteon 2P50 een nieuwe PFAS die in de eigen woorden “het nieuwe tijdperk van rekenkracht, voortgestuwd door AI” mee moet helpen “revolutioneren”.
De sector splitst: eruit stappen of opschalen
Opvallend genoeg beweegt een deel van de sector net de andere kant op. Het Duitse BASF faseert alle PFAS-productie uit tegen 2028. En 3M, dat onder meer in ons land voor de rechtbank werd gedaagd wegens PFAS-vervuiling, zette eind 2025 de hele PFAS-productie stop. De chemiesector kiest dus zichtbaar kamp: wie eruit stapt en wie juist opschaalt voor de AI-vraag.
| Bedrijf | Wat het doet |
|---|---|
| Syensqo (België) | Bouwt in Georgia (VS) de grootste PVDF-fabriek van Noord-Amerika (klaar in 2027) en breidt de PFPE-productie voor serverkoeling uit in Spinetta Marengo (Italië) |
| Daikin (Japan) | Wil zijn PFAS-productie tegen 2027 verdrievoudigen |
| Chemours (VS) | Grootste PFAS-producent ter wereld, zet met Opteon 2P50 in op de AI-rekenvraag |
| BASF (Duitsland) | Faseert alle PFAS-productie uit tegen 2028 |
| 3M (VS) | Stopte de PFAS-productie eind 2025 |
Die splitsing is meer dan een voetnoot. Wie vertrekt, laat de groeimarkt achter voor wie blijft. En de AI-vraag maakt die markt te lucratief om te laten liggen: elke nieuwe hal vol servers moet gekoeld worden, elke nieuwe chipfabriek heeft de chemie nodig. De bedrijven die opschalen doen dat niet ondanks de PFAS-discussie, maar omdat er ondanks die discussie een klant staat aan te schuiven.
”Sommige zijn toxisch, sommige zijn broeikasgassen”
Waarom grijpen datacenters naar deze chemie? Omdat ze een ander probleem oplost. De sector ligt al langer onder vuur voor zijn enorme watergebruik, en vloeistofkoeling met PFPE bespaart tegenover klassieke koeling heel wat water en energie. Op papier is het dus de groene keuze. Lenny Siegel, bestuurder van Chips Communities United, prikt in het VRT-artikel precies door die verpakking:
“Daarom proberen bedrijven zichzelf af te schilderen als de goeien door alternatieve vormen van koeling te gebruiken. Maar ze vertellen het publiek niet dat ze gevaarlijke chemicaliën gebruiken. Sommige zijn toxisch, sommige zijn broeikasgassen en sommige zijn beide.”
Daar zit de kern. De besparing op water en energie is echt, maar ze wordt betaald met stoffen die extreem traag afbreken en zich opstapelen in het milieu. Een gascentrale kan je ooit sluiten, een overbelast net kan je verzwaren. PFAS die eenmaal in bodem of water zit, gaat niet meer weg. Dat is een ander soort voetafdruk: geen teller die je kan terugdraaien, maar een streep die blijft staan.
Onze lezing
Deze reeks begon bij de stroom: datacenters die straks meer gas slurpen dan Duitsland. Deel twee bracht de schaalcorrectie van Al Gore, die de uitstootpaniek temperde maar de methaanturbines als blijvende zorg aanwees. Dit derde deel toont hoe de voetafdruk van AI verschuift: van zichtbaar naar onzichtbaar. Een gascentrale zie je staan, een verbruikscijfer kan je publiceren. Chemie die eeuwig in het milieu blijft, zie je pas als het te laat is. En de schaal groeit mee met de wedloop: de rekenkrachtcontracten die in elf maanden naar een half biljoen dollar klommen worden uiteindelijk gigawatts, en al die gigawatts moeten ook gekoeld worden.
Voor de Vlaamse lezer is dit geen ver-van-mijn-bedverhaal. Wij weten intussen maar al te goed wat PFAS-vervuiling met een streek en haar bewoners aanricht; dat een Belgisch bedrijf de productie van die stoffen nu net opschroeft voor de AI-markt, mag hier dus op meer dan gemiddelde aandacht rekenen. De productie-uitbreidingen zelf liggen in de VS en Italië, niet bij ons, maar de vraag die eronder ligt is universeel. Wie AI of cloudcapaciteit inkoopt, had al één vraag op zijn lijstje staan: waar komt de stroom vandaan? Daar komt er nu een tweede bij: waarmee wordt er gekoeld? Zolang de leveranciers die tweede vraag zelf niet beantwoorden, is ze het stellen dubbel waard.