Claude vindt nieuw enzymsysteem, maar wat doet het?
Een AI-agent die in een DNA-databank rondspit en plots hoorbaar enthousiast wordt: “[The DNA next to the RT] is spectacular: I can see by eye a tandem repeat array … that’s a CRISPR-like … repeat array?!” Dat citaat staat in “Claude discovers a novel enzyme system with CRISPR-like repeats”, de aankondiging die Anthropic op 23 september 2026 publiceerde, samen met een wetenschappelijke preprint. De boodschap: een zwerm Claude-agents heeft op eigen houtje een onbekend enzymsysteem gevonden in virussen die bacteriën infecteren. De reactie uit de CRISPR-wereld kwam snel en was minder feestelijk. Een onderzoeker uit de school van Nobelprijswinnares Jennifer Doudna noemt het werk routine. Beide kampen hebben een punt, en net daarom is dit verhaal interessanter dan de kop doet vermoeden.
Eerst even de biologie: enzymen, RT’s en CRISPR
Een enzym is een eiwit dat een chemische klus klaart in een cel: iets knippen, iets aan elkaar zetten, iets kopiëren. Een reverse transcriptase, kortweg RT, is een enzym met een bijzondere specialiteit. Normaal loopt de informatie in een cel van DNA naar RNA, zoals een bouwplan dat gekopieerd wordt naar een werkblad. Een RT doet het omgekeerde: het schrijft RNA terug om naar DNA. Het bekendste voorbeeld zit in hiv, maar RT’s komen overal in de natuur voor, ook in bacteriën en in de virussen die bacteriën aanvallen, de bacteriofagen.
En CRISPR? Dat is oorspronkelijk een afweersysteem van bacteriën. In hun DNA bewaren ze een soort fotoalbum van vroegere indringers: korte stukjes virus-DNA, telkens gescheiden door dezelfde herhaalde sequentie. Die rij herhalingen heet een CRISPR-array. Komt dezelfde indringer terug, dan zet de bacterie die herinneringen om in korte RNA-stukjes die een eiwit naar het juiste doelwit leiden, waarna dat eiwit de indringer kapotknipt. Onderzoekers maakten er later een genetische schaar van om DNA gericht aan te passen, goed voor de Nobelprijs Scheikunde 2020 voor Jennifer Doudna en Emmanuelle Charpentier.
Wat de agents vonden
Anthropic richtte dit voorjaar een eigen onderzoeksgroep voor life sciences op, met een lab in de Bay Area. Dat lab werkt enkel op biosafety-niveau BSL-1 en BSL-2, zonder ziekteverwekkers die mensen infecteren, en al het labwerk gebeurt door menselijke wetenschappers. Claude deed het zoekwerk.
En dat zoekwerk was fors. Zowat 950 Claude-agents werkten 21 uur lang en verbruikten samen 210 miljoen tokens. Ze doorzochten een grote DNA-sequentiedatabank, verzamelden meer dan 200.000 RT’s, pikten er 3.500 nieuwe kandidaatsystemen uit en brachten die terug tot de 20 meest veelbelovende, telkens met een leesbaar rapport erbij. Volgens Anthropic kan zo’n analyse een expert weken tot maanden kosten. De menselijke inbreng beperkte zich tot de beginprompt en het labwerk achteraf. Bij de huidige prijzenoorlog tussen de grote labs wordt zo’n zwerm agents bovendien alleen maar goedkoper om in te zetten.
Een van die agents stuitte op een ongewone RT-familie en zag ernaast iets wat hem opviel: een lange reeks regelmatig herhaalde DNA-stukjes, zoals in een CRISPR-array. Vandaar het uitroepteken in het citaat bovenaan. Anthropic doopte het systeem ART, voor array-associated reverse transcriptases. Het zit vooral in bacteriofagen en bestaat uit drie delen: de RT zelf, een partnergen ernaast dat codeert voor een eiwit met onbekende functie, en die reeks herhalingen.
Belangrijk detail: de RT op zich was al eerder beschreven. Wat Claude volgens Anthropic als eerste opmerkte, zijn de kenmerkende eigenschappen errond, de array en dat extra eiwit. De eerste labexperimenten tonen dat de array wordt uitgelezen als een reeks korte, afzonderlijke RNA’s. Dat lijkt op wat bij CRISPR gebeurt. Maar wat het systeem daarmee doet, weet niemand. Anthropic schrijft het zelf zonder omwegen: “we don’t yet know its function”. Het bedrijf wijst er wel op dat deze combinatie van kenmerken tot nu toe maar in een handvol andere systemen samen voorkwam, en dat die allemaal programmeerbaar zijn en DNA knippen, kopiëren of plakken. Dat maakt ART het onderzoeken waard, maar bewijst nog niet dat het hetzelfde doet. Het onderzoek loopt.
Feng Zhang, een van de CRISPR-pioniers (MIT en Broad Institute), las de preprint en reageerde positief: “This is an exciting example of how AI agents can contribute to biological discovery. The identification of RNA-repeat arrays associated with reverse transcriptases is genuinely intriguing and merits further investigation.” Vrij vertaald: een boeiend voorbeeld van hoe AI-agents kunnen bijdragen aan biologische ontdekkingen, en de vondst is echt intrigerend en verdient verder onderzoek. Let op de woordkeuze: intrigerend en het onderzoeken waard, geen doorbraak.
De kritiek: dit is gewoon genoommining
Niet iedereen was onder de indruk. Lucas Harrington, gedoctoreerd bij Nobelprijswinnares Jennifer Doudna en medeoprichter van het CRISPR-bedrijf Mammoth Biosciences, reageerde op X, zo bericht The Decoder. Zijn punt: de methode, genoommining, bestaat al decennia, en volgens hem zijn vergelijkbare systemen al bekend sinds 2008. Genoommining betekent simpelweg: grote hoeveelheden DNA-sequenties systematisch doorzoeken op zoek naar interessante genen. The Decoder vat zijn kernpunt zo samen: “The hard part is figuring out what a system actually does, and Anthropic hasn’t shown that.” Het moeilijke deel is uitzoeken wat een systeem echt doet, en dat heeft Anthropic niet aangetoond. Let wel: dat is de samenvatting van The Decoder, geen letterlijk citaat uit zijn post. Harrington vindt het volgens dezelfde bron ook niet behulpzaam om zulke vroege resultaten als een grote ontdekking te presenteren. Kanttekening: Mammoth zoekt zelf met genoommining naar CRISPR-systemen. Hij kent het vak dus, maar vist ook in dezelfde vijver.
Opvallend: Anthropic spreekt hem op het punt van de methode niet eens tegen. Het bedrijf schrijft zelf dat vrijwel alle bekende RT-families via genoommining gevonden werden. Het vernieuwende zit dus niet in de techniek, maar in wie het werk deed en hoe snel.
| Wat Anthropic claimt | Wat de kritiek zegt |
|---|---|
| Claude vond een nieuw enzymsysteem (ART) met CRISPR-achtige herhalingen | Vergelijkbare systemen zijn volgens Harrington al bekend sinds 2008 |
| Claude merkte als eerste de array en het extra eiwit op | De methode, genoommining, bestaat al decennia; Anthropic erkent zelf dat vrijwel alle RT-families zo gevonden werden |
| 950 agents deden in 21 uur wat een expert weken tot maanden kost | Het moeilijke deel is de functie achterhalen, en die is nog onbekend |
| Mensen gaven enkel de beginprompt en deden het labwerk | Vroege resultaten als grote ontdekking brengen is niet behulpzaam |
Onze lezing: sneller zoeken, nog niet begrijpen
Harrington heeft gelijk op de punten die ertoe doen voor de biologie. Een systeem vinden is de makkelijke helft; uitzoeken wat het doet, is waar wetenschappers jaren in steken. En “CRISPR-achtig” is een label met marketinggewicht. Het woord CRISPR roept genetische scharen, Nobelprijzen en genezen ziektes op, terwijl het hier gaat om iets dat er qua structuur op lijkt en waarvan de functie volledig onbekend is. Dat is geen leugen, maar het is wel een kop die meer belooft dan de data dragen.
Toch schiet “routine” ook naast de roos. Wat nieuw is, is niet de methode maar de schaal en de autonomie. Honderden agents die in 21 uur zelfstandig een zoektocht afwerken waar een expert weken tot maanden over doet, 20 leesbare rapporten afleveren, en onderweg een structuur herkennen die een ervaren onderzoeker ook zou opvallen, en daar gelijk in hebben. Dat is geen doorbraak in de biologie. Het is wel een flinke sprong in hoe snel het zoekwerk van de biologie kan gebeuren, al komen die cijfers voorlopig enkel van Anthropic zelf. De eerlijke kop is dus niet “AI ontdekt nieuw CRISPR”, maar “AI versnelt het zoekwerk sterk, het begrijpen blijft mensenwerk”.
Het past in een patroon. Vorige week mat Anthropic zijn eigen tempo en claimde het dat Claude een kwart van het AI-onderzoek in eigen huis leidt. Hier zie je hoe dat eruitziet buiten de AI-wereld zelf: agents die het uitzoekwerk doen, mensen die de pipetten vasthouden en de conclusies moeten trekken. En het rijmt met de Navier-Stokes-ruzie bij OpenAI eerder deze maand: telkens een lab dat een “AI ontdekt”-verhaal lanceert dat meteen omstreden raakt, en telkens een echt oordeel dat pas later valt: daar bij de wiskundigen die het bewijs natrekken, hier in het lab dat de functie moet achterhalen.
Tot slot iets wat de lezer hoort te weten. Anthropic deelt deze vondst naar eigen zeggen vroeg, “to demonstrate Claude’s capabilities”, om te tonen wat Claude kan. Dat is eerlijk opgeschreven, en het verklaart ook waarom een onderzoek zonder functie al een persbericht krijgt. Dit is een wetenschappelijke vondst die tegelijk reclame is. Niets mis mee, zolang je het zo leest. De echte test komt wanneer iemand in het lab ontdekt wat ART eigenlijk doet. Pas dan weten we of Claude een curiositeit vond of iets wat ooit in een leerboek belandt.